Stichting Papegaaienhulp

P.E.T. Entertraining     

Opleidingen, heropvoeding, consulten,

webwinkel met gedragsverrijking

Voeding

 

Zoveel soorten, zoveel voeding                          Michel van der Plas

 

Als er een onderwerp is waar eindeloos over gediscussieerd kan worden dan is het wel papegaaienvoeding. Vele contactavonden, artikelen en zelfs hele symposia zijn er al gewijd aan het thema “Wat voeder ik mijn papegaai”.

Zet 10 deskundigen naast elkaar en u krijgt 10 verschillende adviezen over hoe de dagelijkse voeding van uw vogels eruit behoort te zien.

Ik heb in de praktijk vrijwel alle merken en samenstellingen uitgeprobeerd, van commerciële pellets tot eigen zaadmengsels in combinatie met van alles en nog wat en ben tot de conclusie gekomen dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden, ook in de papegaaienvoeding.

 

Eén van de uitingen van een goede voeding zijn goede kweekresultaten, slechte voeding leidt tot slechte kweek. Om met zekerheid te kunnen zeggen dat een bepaalde voeding voldoet zouden de kweekresultaten over meerdere jaren stabiel moeten zijn waarbij de ouders een goede gezondheid houden. De meeste soorten voeding hebben we dan ook gedurende meerdere jaren getest tenzij we zagen dat het slecht werd geaccepteerd of de vogels er lichamelijk op achteruit gingen. Enkele merken voeding vielen al af voordat we ze aan onze vogels voerden omdat de voedingswaarde die op de verpakking wordt vermeld niet aan de minimumeisen voldeden.

Ik wil het in dit artikel dan ook voornamelijk hebben over de voeding die we bij Stichting Papegaaienhulp op dit moment verstrekken en hoe we tot deze voeding zijn gekomen.

 

Om te beginnen is het erg belangrijk om te weten dat niet alle papegaaiensoorten gelijk zijn. Met de ondersoorten meegerekend zijn er ongeveer 840 soorten papegaaien, afkomstig uit vier verschillende continenten.

Zelfs als we een groep, bijvoorbeeld de amazones uit Zuid-Amerika, eruit pikken dan zien we dat er in deze groep met 31 soorten en 29 ondersoorten grote verschillen in lichaamsbouw en levenswijze zijn. Het zou dan ook niet verstandig zijn al deze soorten gelijk te behandelen en één soort voeding te geven.

Gaan we de soorten uit verschillende continenten met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld grijze roodstaarten uit Afrika en de kaketoes uit Australië, dan worden de verschillen nog veel groter.

 

Naar mijn persoonlijke mening is het belangrijk om de situatie in de vrije natuur goed te leren kennen om de verzorging van dieren in gevangenschap goed te kunnen begrijpen.

Als ik vertel dat veel kaketoes in Australië leven in de droge gebieden waar voedsel zeer schaars is terwijl de kaketoes in Indonesië vaak uitgesproken regenwoudbewoners zijn waar altijd wel vruchtdragende bomen zijn dan begrijpt iedereen dat ook in gevangenschap deze vogels een ander menu wensen, terwijl het in beide gevallen om kaketoes gaat.

 

Kijk maar eens naar de bouw, en dan met name de bouw van de snavel, van uw vogel. Vogels met een grote stevige en dikke snavel – ara’s, grijze roodstaarten, sommige kaketoes en amazones – hebben een menu dat meer bestaat uit noten, vruchten en andere moeilijk te bereiken en te kraken voedingsbronnen, terwijl vogels met een kleine snavel – veel Australische kaketoes, amazones en veel parkietensoorten –vooral kleine (gras)zaden eten, bloesems, bladknoppen en meer van dat soort zaken die geen sterke snavel vereisen.

In de praktijk gaat dit ook vlekkeloos op. Geef een rosékaketoe uit Australië of een Mexicaanse groenwangamazone (beide met een relatief kleine snavel) veel vette zonnepitten en ze zijn binnen enkele weken moddervet. Veel grijze roodstaarten of ara’s met ernstig overgewicht kom ik daarentegen zelden tegen, deze beide soorten zijn in de vrije natuur voederspecialisten die vooral leven van palmnoten die voor een groot deel uit vet bestaan en hun snavels (en de rest van hun lichaam) zijn hierop aangepast.

 

Nu wil dit niet zeggen dat een ara of grijze roodstaart oud kan worden op alleen zonnebloempitten, al zijn er heel wat mensen die dit nog steeds proberen.

 

Voeding moet aan enkele eisen voldoen:

-          De voedingswaarde moet compleet zijn o.a. vitamines, mineralen, aminozuren e.d. dienen aanwezig te zijn in de juiste verhouding.

-          Het moet door de vogels goed geaccepteerd worden (al is het overwennen op gezonde voeding niet altijd eenvoudig, ook is niet alle gezonde voeding even smakelijk, dus van verschillende gezonde menu’s kiezen we degene die onze vogels het beste waarderen)

-          Voeding dient de vogels ook bezig te houden, het dient als gedragsverrijking en dient de vogels tot actie te dwingen, hoe langer ze er mee bezig zijn hoe beter. Het is overigens een misverstand om te denken dat een bak zaad een vogel langer bezig houdt dan een bak pellets, het voeren van fruit en noten e.d. is een betere vorm van gedragsverrijking maar bevat weer te weinig voedingstoffen en is dus alleen geschikt als bijvoeder.

-          De kwaliteit van de grondstoffen dient hoog te zijn. Helaas is gebleken dat in sommige pellets en sommige zaadmengsels de kwaliteit van de grondstoffen zeer laag is. De vogel krijgt dan bijvoorbeeld wel 15 % eiwit in zijn menu maar de kwaliteit hiervan kan dan toch onvoldoende zijn.

 

Er is nog veel meer over voeding te vertellen maar daarvoor is de ruimte hier te beperkt dus houd ik het tot slot alleen nog op de voeding zoals we die nu bij Stichting Papegaaienhulp aan onze vogels verstrekken.

 

De vogels krijgen drie keer per dag een voeding. ’s Ochtends beginnen we met een fruitronde zodat ook vogels die geneigd zijn geen fruit te eten ervan eten omdat dit het eerste is dat ze in hun voerbak aantreffen. Daarnaast is het ook aan te raden om fruit op moeilijk te bereiken plaatsen aan te bieden zoals op het dak van de kooi of verspreid door het verblijf, fruit is immers vooral bedoeld als gedragsverrijking.

 

Als de laatste kooi zijn fruit (en noten afhankelijk van de soort) heeft gehad dan verwijderen we de voerbakken bij de kooi waarmee we begonnen zijn, fruit zorgt voor nogal wat rommel en de bakjes en voederplateaus worden nu afgewassen. De vogels hebben dan een half uur de gelegenheid gehad het fruit op te eten en wat over is wordt verwijderd, de ervaring leert dat fruit dat na een half uur niet is opgegeten ook daarna niet meer gegeten wordt.

 

Daarna begint direct de tweede ronde die bestaat uit pellets van het merk ZuPreem (sinds we met deze pellet zijn begonnen zijn de kweekresultaten verviervoudigd ten opzichte van de eerder gebruikte bekende merken en dit niveau weten we sindsdien ook vast te houden), aangepast wat voedingswaarde betreft aan de soort vogel, een vettere pellet aan vogels met een dikke snavel en een magere aan vogels met een kleine.

De hoeveelheden zijn altijd gerantsoeneerd, dit is wellicht de belangrijkste tip voor iedere papegaaieneigenaar, zorg dat de vogel niet meer krijgt dan hij nodig heeft vogels stoppen niet altijd met eten als ze genoeg hebben gehad.

 

Tot 15.00 hebben de vogels de tijd om de pellets op te eten en daarna voeren we, gedeeltelijk uit kostenoverweging maar ook omdat we met onze vogels willen kweken, een eigen gemengd zaadmengsel. Dit zaadmengsel is na jarenlang experimenteren ontwikkeld en bestaat uit verschillende zaden, granen en noten. De keuze voor een eigen mengsel is omdat alle kant-en-klare mengsels bestanddelen bevatten die niet of slecht door papegaaien worden gegeten en die slechts uit financiële overwegingen zijn toegevoegd. Bovendien kunnen we nu eenvoudig verschillende mengsels maken die aan de behoeftes van de verschillende soorten voldoen. In het broedseizoen voegen we nog enkele bestanddelen aan dit driegangen menu toe om de vogels geleidelijk aan in broedstemming te brengen maar hierover wellicht een andere keer meer. Want voeding daar raak je niet over uitgepraat.

 

Hier kan uw banner komen!! Voor meer info klik hier.